Glioom
30 december, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden
Een glioom is een hersentumor die uitgaat van het gliaweefsel, het steunweefsel van de hersenen dat zich tussen de zenuwcellen bevindt.
Kenmerkend voor gliomen is dat ze meestal niet goed afgegrensd groeien, maar zich vingervormig in het hersenweefsel verder ontwikkelen.
Dat maakt het moeilijk om ze te verwijderen. Na operatie komt een glioom dan ook altijd terug. En bij onderzoek blijkt ook altijd dat zich op enige afstand van de zichtbare tumor tumorcellen bevinden die zich hebben ingenesteld in het hersenweefsel.
Een glioom is ongeneeslijk. De overlevingsduur hangt echter af van het type glioom en de graad van ontwikkeling.
Anatomie en voorkomen
Het gliaweefsel, steunweefsel dus, bestaat uit twee soorten cellen: astrocyten en oligodendrocyten
Ontaarden deze cellen kwaadaardig dan noemen we een dergelijke tumor een astocytoom respectievelijk een oligodendrocytoom.
Astrocytomen komen het meeste voor.
Gliomen zijn zgn. primaire hersentumoren – geen uitzaaiingen van kwaadaardige gezwellen elders in het lichaam dus.
Je kunt een glioom op elke leeftijd ontwikkelen en het komt ongeveer even vaak bij mannen als bij vrouwen voor. Gemiddeld worden in Nederland jaarlijks 750 tot 1000 gliomen vastgesteld.
Gradering
De mate van ‘kwaadaardigheid’ (agressiviteit) van gliomen wisselt en op grond daarvan is een indeling gemaakt van graad 1 tot 4. Daarbij zijn graad 3 en 4 de meest kwaadaardige vormen.
Hoe kwaadaardig een glioom is wordt bekeken aan de hand van een aantal kenmerken van de tumor:
- Uiterlijk (redelijk afgegrensd of juist erg uitgroeiend)
- Dichtheid van celgroei (hoeveelheid cellen)
- Vaatontwikkeling in de tumor
- Aanwezigheid van weefselversterf (necrose) in de tumor
Zijn al deze factoren in geringe mate aanwezig dan noemen we een tumor laaggradig – nog niet zo heel kwaadaardig dus. De groeisnelheid is veel lager dan bij de meer kwaadaardige vormen en de overlevingsduur kan daarmee oplopen tot soms wel 10 jaar.
Complicatie kan wel zijn dat een laaggradige tumor zich gaandeweg ontwikkelt tot een hooggradige tumor – er ontstaat dan een dramatische ontwikkeling in maligniteit en een versnelling in het ziekteproces.
Hooggradige tumoren (stadium 3 en 4) zijn bijzonder kwaadaardig, snelgroeiend (daardoor ontstaat druk in de tumor, daardoor ontstaat weefselversterf in de tumor) en daarmee relatief snel dodelijk – overlevingsduur is na het stellen van de diagnose meestal 1 tot maximaal 2 jaar.
Symptomen
Afhankelijk van de plaats van het glioom treden klachten op.
Kenmerkend in het begin vaak sluipend, af en toe opvallend en dan weer niet. Bijvoorbeeld in wisselende mate hoofdpijn, concentratiestoornissen, vergeetachtigheid, oriëntatieproblemen, woordvindstoornissen etc, maar ook veranderingen in karakter: altijd rustige persoonlijkheden die ineens agressief kunnen worden. De klachten nemen in de loop van de tijd toe wat een reden kan zijn voor een doktersbezoek. Ook kunnen meer acute problemen optreden: uitval van functies zoals (tijdelijke) verlamming of krachtsverlies in lichaamsdelen, of een epileptisch insult kunnen aanleiding zijn voor onderzoek.
De verschijnselen ontstaan door het groter worden van de tumor en de ingroei in normaal hersenweefsel. Door de groei ontstaat drukverhoging binnen de schedel – waarbij je de schedel als een soort stevig ‘kistje’ moet zien waarbinnen relatief snel verhoging van druk ontstaat als een proces in de hersenen groeit en dus ruimte in gaat nemen – niet voor niets noemen we hersentumoren vaak ruimte-innemende processen.
Behalve drukverhoging ontstaat rond een tumor ook vaak vochtophoging wat tot verdere drukverhoging en uitval leidt.
Een glioom ontstaat vrijwel altijd ‘spontaan’.
Maar soms ontstaat het als een later gevolg na bestraling in het verleden in het hoofd-halsgebied vanwege een andere aandoening.
Therapie
Getracht wordt de tumor zo radicaal mogelijk te verwijderen door operatie (schedellichting), maar zoals in de inleiding al gezegd: altijd komt de tumor terug, bij hooggradige tumoren zelfs al vaak heel snel na operatie. Zo’n operatie is ingewikkeld: de neurochirurg probeert zoveel mogelijk tumorweefsel weg te halen, maar wil ook zoveel mogelijk ‘gezond’ hersenweefsel laten zitten.
Operatie wordt niet toegepast om te genezen, maar biedt wel betere effecten van de na de operatie in te stellen bestraling (radiotherapie).
Ook bestraling is niet genezend, maar kan wel de tumorgroei remmen. Bekend is dat radiotherapie bij hooggradige tumoren de groei wel tot een half jaar kan afremmen.
Bij laaggradige tumoren wordt meestal niet meteen bestraald, er wordt afgewacht tot de tumor zich meer kwaadaardig gaat ontwikkelen alvorens met bestraling gestart wordt.
In het algemeen wordt 1x (een serie) bestralingen gegeven, een tweede keer blijkt weinig tot geen zin te hebben.
Ook voor chemotherapie is onderzocht dat het bij laaggradige tumoren weinig uithaalt. Wel kan het toegepast worden als laaggradige tumoren ineens meer kwaadaardig worden, of bij hooggradige tumoren. Chemotherapie kan ook levensverlengend werken net als de eerder genoemde andere behandelmethoden, gemiddeld enkele maanden tot een paar jaar. Oligodendrocyten blijken gevoeliger te zijn voor de effecten van chemotherapie dan astrocyten. Bij hooggradige tumoren (3 en 4) heeft chemo ook vaak weinig effect, soms kan de levensduur met een paar maanden verlengd worden.
Het meest bekende chemotherapeuticum dat speciaal is geregistreerd voor de behandeling van hersentumoren is Temodal – een middel wat relatief weinig bijwerkingen geeft waardoor de kwaliteit van leven nog enigszins gewaarborgd blijft.
Temodal wordt in Nederland helaas niet vergoed, in andere landen is dit wel vaak het geval.
Gerelateerde berichten: