Bipolaire stoornis
2 juni, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden
Een bipolaire stoornis wordt ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd en kenmerkt zich door wisselende tegengestelde (bipolaire) stemmingen. Periodes van manie of hypomanie (‘uitgelaten stemming’) en depressiviteit (‘sombere stemming’) wisselen elkaar af of bestaan soms tegelijkertijd (gemengde periode), ook kunnen er tussenliggende ‘normale’ stemmingsperiodes zijn.
De stoornis openbaart zich vaak voor het eerst op jonge leeftijd: gemiddeld tussen de 15 en 25 jaar.
In de officiële classificatie van psychische stoornissen die ontwikkeld is voor gebruik bij hulpverlening, opleiding en onderzoek (DSM-IV) worden 3 vormen bipolaire stoornissen onderscheiden:
Bipolaire stoornis I:
Minimaal één manische of gemengde periode, maar er kunnen ook hypomane of depressieve perioden zijn.
Bipolaire stoornis II:
Minimaal één periode van hypomanie én minimaal één episode van depressie. Manische of gemengde episoden zijn niet opgetreden.
Bipolaire stoornis III:
Een reeks hypomane perioden, onderbroken door fasen van lichte(re) depressie en uitputting. Dit wordt ook wel cyclothyme stoornis genoemd
Hoewel we nog niet alles weten zijn een aantal theorieën ontwikkeld over mogelijke oorzaken:
- biochemisch: (sterk) wisselende hoeveelheden noradrenaline, dopamine en serotonine in de hersenen (waardoor stemmingswisselingen); ook wordt een mogelijk verband gezocht met een tekort aan omega-3 vetzuren
- biogenetisch: indien één of beide ouders ook aan een dergelijke stemmingsstoornis lijden is de kans voor het kind 20 tot 50% om ook een bipolaire stoornis te ontwikkelen
- psycho-analytisch: de theorie is dat een verstoorde ik-ontwikkeling optreedt bij het kind waarbij boosheid over de eisen van ouders in de opvoeding zich naar binnen keert (depressie) en als reactie daarop een spiegelbeeld vormt (manie)
- cognitief: ontwikkeling van een negatief zelfbeeld of een pessimistisch denkpatroon en als reactie manie
- leertheoretisch: de theorie van ‘aangeleerde hulpeloosheid’, oftewel de overtuiging die op grond van echt of vermeend falen bij iemand ontstaat dat niks in het leven lukt
- verliestheorie: indien in de eerste 6 maanden van het leven een scheiding optreedt met een belangrijk persoon kan het kind zich gaan terugtrekken van anderen
- andere factoren: mate van stress, positieve, negatieve (traumatische) gebeurtenissen, wordt iemand in een groep geaccepteerd, etc
De aandoening moet actief behandeld worden omdat hij levenslang is, vaak met terugkerende perioden van stemmingswisselingen die behoorlijk ernstig kunnen zijn.
Behandeling is erop gericht om nieuwe manische en/of depressieve perioden te voorkómen door middel van een combinatie van medicatie (Lithium is het meest gebruikt), voorlichting en uitleg en soms psychotherapie.
| Zie de video over deze aandoening op ziektenet.nl |
Gerelateerde berichten: