Genen die voorspellen of je 100 jaar wordt
Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Boston hebben een methode ontwikkeld hoe voorspelbaar het is of iemand 100 jaar of ouder wordt.
De methode, die recent gepubliceerd is in Science, is ontwikkeld op basis van 150 genetische ‘signaleringspunten’ zoals deze gevonden zijn bij centenarians (mensen die extreem oud worden).
Gemiddeld wordt 1 op de 6000 mensen in de geïndustrialiseerde wereld 100 jaar of ouder. En 90% van hen is op 93-jarige leeftijd nog zonder noemenswaardige handicaps in het functioneren.
Voor het onderzoek zijn sinds 1995 de genetische gegevens van 1000 centenarians verzameld.
Uit dat materiaal zijn die genetische ‘markers’ geïdentificeerd die het meest verschillen van het genetische materiaal van at random (toevallig) geselecteerde mensen.
Die genetische markers zijn dan weer onderzocht binnen een willekeurige groep centenarians (zijnde niet de onderzoeksgroep) en daarin is een matchingspercentage gevonden van 77%.
Die ontbrekende 23% verklaren de onderzoekers uit het feit dat, hoewel erfelijkheid een belangrijke rol speelt bij veroudering en overlevingsduur, het niet de enige factor (van betekenis) is. Andere factoren als lifestyle en omgeving zijn ook van invloed.
Dergelijke factoren zijn bijvoorbeeld omschreven in een eerder onderzoek onder mensen die behoren tot de Zevende Dags Adventisten, mensen die de hoogste levensverwachting hebben in de USA in de afgelopen 90 jaar.
In dat onderzoek onder de Adventisten wordt geconcludeerd dat ze zo oud worden dankzij het feit dat ze aanhangers zijn van een geloof dat hen vraagt vegetarisch te eten, regelmatig te bewegen, geen alcohol te drinken en niet te roken. En ze lijken hun stress te reguleren met hulp van hun geloof, familie en geloofsgenoten.
Uit het huidige Bostonse onderzoek komt naar voren dat de erfelijke ‘voorbestemming’ voor het krijgen van ziekten tussen centenarians en niet-centenarians niet echt verschilt. Of je heel oud wordt lijkt dus niet zo af te hangen van de genetische kans op een (ouderdoms-) ziekte, maar met andere genetische factoren die de levensverwachting ’verrijken’.
Op grond van deze gegevens nemen de onderzoekers aan dat om zo’n 10-15 jaar ouder te worden dan de gemiddelde leeftijd van zegge 88 jaar, erfelijkheid een toenemend belangrijke rol speelt en dat nog veel codes daarin onontdekt zijn.
De onderzoekers in Boston hebben op grond van de ‘afwijkende’ genencodes een rekenmodel ontwikkeld waarmee je je genetische predispositie voor uitzonderlijk lang leven kunt berekenen. Bijna een soort ‘afvink’ model moet het worden, waarop je in je genetische materiaal kunt zien hoeveel van die speciale markers je hebt.
Het vervolg zal zijn dat dit model verder getest moet worden door onafhankelijke laboratoria om de accuratesse te onderzoeken. Want aan sommige markers wordt in dit onderzoek een hoge waarde toegekend zijnde van invloed op de levensduur. Terwijl diezelfde markers uit andere onderzoeken naar bv. diabetes (suikerziekte) of hart- en vaatziekten een veel minder belangrijke invloed lijken te hebben op veroudering.
Hoe betrouwbaar het model zal zijn moet dus nog blijken. We zitten nu in de fase van vergelijkend onderzoek. Uit die vergelijkingen zou moeten komen hoeveel waarde en effect een bepaalde genetische code heeft op levensduur en veroudering.
Maar de tot nu toe gevonden markers maken de onderzoekers optimistisch ten aanzien van de toekomst en toekomstig onderzoek. Op weg naar een eenvoudige test waarmee iedereen voor zichzelf straks de vooruitzichten op een lang leven kan toetsen.
Bron: BBC News
Gerelateerde berichten: