Goerdin is al 2x eerder veroordeeld
8 juli, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Nieuwsberichten
Inmiddels is bekend dat Gynaecoloog Rock Goerdin, die ook als plastisch chirurg werkte, al twee keer eerder veroordeeld is wegens nalatig handelen.
In 2001 kreeg hij al een waarschuwing van het tuchtcollege omdat hij de diagnose baarmoederhalskanker bij een vrouw over het hoofd had gezien.
In 2004 werd hij voor 6 maanden geschorst.
De klacht die aan de schorsing ten grondslag lag ging over 2 onderwerpen:
- Een patiënte waarmee Rock een relatie was aangegaan
- Een patiënte met zwangerschapsvergiftiging die door nalatigheid en verkeerde medicatie overleed
De eerste klacht was van een patiënte waarmee Rock Goerdin een relatie begon. De vrouw beëindigde de relatie en claimde vervolgens door de arts bedreigd en geïntimideerd te worden. Dat is echter in het proces onvoldoende aangetoond. Daarom werd deze klacht ongegrond verklaard. Wel stelde Het College van de Tuchtraad dat een intieme relatie van een arts met een patiënt niet samen kan gaan met een professionele behandelrelatie.
Dit standpunt is gebaseerd op de aanname dat in een arts-patiëntrelatie de patiënt een zekere afhankelijkheid voelt of kan voelen ten opzichte van de arts, waardoor hij of zij zich mogelijk zou kunnen laten verleiden tot een intieme relatie die hij of zij onder andere omstandigheden niet met de arts zou zijn aangegaan. Ook is voor een goede behandelrelatie vereist dat de arts een professionele afstand bewaart tot de patiënt – en dat is in het oordeel van de Tuchtraad onverenigbaar met het tevens bestaan van een intieme, affectieve relatie.
Na afloop van de behandelrelatie dient een arts een zekere wachtperiode in acht te nemen, gedurende welke periode geen initiatieven tot een intieme relatie mogen worden genomen. Hoe lang die periode moet zijn hangt af van de omstandigheden van het geval.
Het College heeft in 2004 geoordeeld dat Goerdin zich niet aan deze regels heeft gehouden.
Hij heeft – na aanvankelijke ontkenningen – toegegeven dat hij met zijn patiënte 2x de nacht in een hotel heeft doorgebracht. Het College heeft geoordeeld dat Goerdin ernstig grensoverschrijdend gedrag heeft getoond tegenover deze patiënte, gedrag wat zich niet verdraagt met een professionele behandelrelatie. Aan deze klacht en de uitspraken van het Tuchtcollege zijn echter desondanks geen consequenties verbonden.
De tweede klacht had wel consequenties: deze leidde direct tot de schorsing van 6 maanden. Het betrof hier een 20-jarige vrouw met zwangerschapsvergiftiging, gepaard gaand met het snel stijgen van de bloeddruk. Het optreden van Rock Goerdin in deze zaak is onderzocht door een deskundige vrouwenarts, ook in opdracht van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis waar Goerdin toen werkte en waar de vrouw patiënte was.
De conclusies van deze deskundige waren als volgt: de patiënte had een snel verergerende zwangerschapsvergiftiging. Tussen de tijd dat Goerdin verzocht werd te komen en zijn daadwerkelijke komst (en eigenlijk kwam hij om een andere patiënt te zien) lag ruim 4 uur. In de tussentijd had Goerdin wel telefonisch het geven van medicatie afgesproken, echter achteraf werd geoordeeld dat één middel niet het middel van eerste keuze was en dat het andere medicament eigenlijk liever niet bij zwangerschap gegeven moet worden, zeker niet bij een zwangerschap van meer dan 30 weken – wat in dit geval zo was. Bovendien had hij met de informatie die hij gekregen had nooit telefonisch medicatie mogen afspreken, maar had hij patiënten moeten zien. Patiënte was in die 4 uur wachttijd dus niet optimaal behandeld. Het excuus van Goerdin dat het op de andere locatie van het ziekenhuis druk was is niet gehonoreerd: het ziekenhuis had duidelijke afspraken over achterwachten die kunnen worden ingeschakeld bij grote(re) drukte.
Toen Goerdin arriveerde is wel direct besloten tot behandeling van de torenhoge bloeddruk en is ook besloten tot een keizersnede, maar op dat moment waren zowel patiënte als haar bloeddruk niet stabiel. En dat druist in tegen de NVOG-richtlijnen (specialistenrichtlijnen) die nageleefd moeten worden bij zwangerschap en hoge bloeddruk.
Na de keizersnede daalde de bloeddruk van patiënte tot extreem lage waarden, waarop bij onderzoek achteraf bleek dat ook toen onvoldoende actie is ondernomen.
Eindconclusie was dat Goerdin onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende actie heeft ondernomen bij een ernstig zieke zwangere. Geconcludeerd is dat hier sprake is geweest van zgn. ‘substandard care’ – daaruit is overigens niet geconcludeerd mogen worden dat de fatale afloop (patiënte is overleden) voorkómen had kunnen worden, vandaar de (relatief korte) schorsing.
Bron: MedicalFacts, 08-07-09
Gerelateerde berichten: