Markers in hersenvocht voorspellen achteruitgang in kennisfuncties
2 juli, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Nieuwsberichten
Onlangs is een studie gepubliceerd over de relatie tussen aanwezigheid van liquormarkers en achteruitgang in kennisfuncties bij patiënten met de ziekte van Alzheimer of voorstadia daarvan.
Gedurende een periode van 3 jaar zijn 168 patiënten onderzocht die van zichzelf vonden dat ze niet-meetbare cognitieve klachten hadden of lichte meetbare cognitieve klachten. Cognitie omvat de functies in de hersenen met betrekking tot het kennisvermogen (verstandelijke vermogens).
Bij deze patiënten is de liquor (hersenvocht) onderzocht op markers, meetbare stofjes die in verband kunnen worden gebracht met het voorkomen/optreden van bepaalde aandoeningen – meer bepaald de markers Aβ42, T-tau en P-tau, een combinatie van markers die specifiek is voor Alzheimer.
Hetzelfde onderzoek is ter controle bij 89 gezonde mensen verricht.
De typerende combinatie van markers kwam bij de mensen met (al dan niet meetbare) klachten in 52-79% van de gevallen voor, ten opzichte van 31% in de gezonde controlegroep.
Was de markercombinatie aanwezig dan bleek dat deze mensen gedurende de onderzoeksperiode (3 jaar) meestal achteruit gingen (verdere afname cognitieve functies) terwijl mensen die het Alzheimer-markerprofiel niet hadden er gemiddeld qua cognitieve functies op vooruit gingen.
Alle mensen die tijdens de onderzoeksperiode Alzheimer ontwikkelden hadden het markerprofiel. Terwijl de meeste mensen die het Alzheimerprofiel in het hersenvocht hadden géén Alzheimer ontwikkelden.
Concluderend kan worden gezegd dat de typische markers die bij de ziekte van Alzheimer worden gevonden in het hersenvocht ook vaak aanwezig blijken te zijn bij mensen met verschillende voorstadia van Alzheimer.
Als deze markers aanwezig zijn is de kans op achteruitgang van de kennisfuncties groter.
Bron: The Lancet Neurology 2009; 8, pag. 619-627
Gerelateerde berichten: