10 February, 2012

Metabool Syndroom

26 juli, 2010 door Mathilde  
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden, Artikelen

Metabool Syndroom wordt ook wel het insuline resistentiesyndroom genoemd, ofwel syndroom X.
Het is een chronisch stofwisselingsprobleem met een combinatie van verstoringen die het risico op hart- en vaatziekten doen toenemen en het wordt vooral gekenmerkt door:
- verstoringen in het bloedsuikergehalte
- hoge bloeddruk
- obesitas (gevaarlijk overgewicht), waarbij met name veel buikvet aanwezig is
- verstoringen in de cholesterolhuishouding (atherogene dyslipidemie) die het risico op aderverkalking doen toenemen, vooral een laag HDL-cholesterol (‘goede cholesterol) en een hoog triglyceridengehalte
- stoornissen in de bloedstolling waarbij de kans op trombose toeneemt.
Wanneer één of meerdere verstoringen langere tijd aanwezig zijn kan het risico op hart- en vaataandoeningen en diabetes type 2 (‘ouderdomsdiabetes’) toenemen en mogelijk ook het risico op diverse vormen van kanker.

Metabool Syndroom komt vaker bij mannen voor, maar naarmate meer risicofactoren aanwezig zijn neemt ook het risico voor vrouwen toe.
Onderzoek toont aan dat het bij minstens 15% van de (ogenschijnlijk gezonde) bevolking tussen 25 en 50 jaar voor komt. Hoe ouder men wordt hoe meer het risico op Metabool Syndroom ook toeneemt: minstens 30% van de mannen en 20% van de vrouwen tussen het 40e en 50e jaar zouden lijden aan Metabool Syndroom.

Risicofactoren
Er spelen diverse risicofactoren mee:
- buikomtrek, oftewel het buikvet (abdominale obesitas), wanneer deze bij mannen meer is dan 94 cm en bij vrouwen meer dan 80 cm.
In combinatie met tenminste 2 van de volgende andere risicofactoren:
- verhoogd suikergehalte met een nuchtere suikerwaarde van meer dan 100 mg/deciliter (ofwel meer dan 5,6 mmol/L, of de diagnose diabetes mellitus
- verstoringen van de vetzuurhuishouding met verhoogde triglyceriden van meer dan 150 mg/deciliter (of meer dan 1,7 mmol/L) of een behandeling hiervoor
- verhoogd HDL-cholesterol (meer dan 40 mg/deciliter bij mannen en meer dan 50 mg/deciliter bij vrouwen) of een behandeling hiervoor
- verhoogde bloeddruk (meer dan 130/85) of een behandeling daarvoor
De zwaarlijvigheid die meetbaar is in de buikomvang is een noodzakelijke voorwaarde om van Metabool Syndroom te mogen spreken.
Risicofactoren die daarmee in verband staan zijn:
- fysieke inactiviteit (weinig aan sporten en bewegen doen)
- veroudering
- verstoorde hormoonbalans
- erfelijkheid (diabetes of hart- en vaataandoeningen in de familie voorkomend)
Roken wordt niet als aparte risicofactor gezien, maar stoppen met roken is wel dwingend onderdeel van de behandeling.
Verschillende risicofactoren tellen niet bij elkaar op, maar versterken elkaar, waardoor het risico soms wel tot 20x hoger kan oplopen. Het is zaak om zoveel mogelijk risico’s te vermijden of te verminderen.

Oorzaak
Het precieze mechanisme is nog onbekend. Maar Metabool Syndroom wordt bevorderd door teveel lichaamsvet en te weinig lichaamsbeweging.
Bij overgewicht treedt meestal resistentie op tegen de door insuline gestimuleerde suikeropname in het lichaam. Meer dan 90% van de patiënten met Metabool Syndroom zijn insulineresistent.
Hierbij zijn de cellen minder gevoelig voor het hormoon insuline. En insuline is juist nodig om suiker (glucose) uit het bloed op te nemen in insulinegevoelige cellen. In die cellen wordt glucose ofwel opgeslagen als glycogeen, ofwel direct omgezet in energie. En die energie wordt dan weer gebruikt voor het functioneren van cellen, weefsels en organen.
Bestaat insulineresistentie dan wordt geen of minder glucose door de insulinegevoelige cellen opgenomen, met als gevolg een stijging van het bloedsuikergehalte.
De normale reactie van het lichaam is dat de pancreas (alvleesklier) dan meer insuline gaat produceren om de hoge bloedsuikers alsnog ‘weg te werken’. Dat lukt vaak langdurig. Maar wanneer de pancreas niet meer voldoende produceert om de suikerwaarden weg te werken ontstaat diabetes mellitus type 2.
Een verhoogde productievan insuline door de pancreas leidt tot een verhoogde insulineconcentratie in het bloedplasma en dat geeft metabole veranderingen die leiden tot een verhoogd cardiovasculair risico en tot een laag HDL-cholesterol, (lichte) hypertriglyceridemie en hoge bloeddruk (hypertensie).
Onderzoek heeft aangetoond dat er verband is tussen de hoeveelheid buikvet (vetweefsel in de buikholte) en de werking van insuline: hoe meer buikvet hoe hoger de kans op ontstaan van insulineresistentie.
Vetweefsel is namelijk niet alleen opslagplaats voor vet, maar produceert zelf ook allerlei stoffen (cytokinen) die onder andere insulineresistentie kunnen geven, maar bv. ook een verhoogd risico geven op processen als aderverkalking. En zo ontstaat dan een vicieuze cirkel: meer buikvet, geeft meer cytokinen, geeft meer buikvet, etc.

Behandeling
Bij verdenking op hart- en vaatproblemen, hoge bloeddruk en bij aanwezigheid van obesitas moet een metabole screening uitgevoerd worden. Behandeling moet gericht zijn op het verminderen van het risico op cardiovasculair lijden en op diabetes type 2.
Dit kan door:
Leefstijlmaatregelen als:
- gewichtsverlies, 10% gewichtsverlies geeft aanzienlijke bloeddrukdaling en daling van het risico op ontwikkeling van suikerziekte.
- gezonde voeding (gevarieerd, caloriebeperkt)
- voldoende beweging
- stoppen met roken
- regelmatig dan-nachtritme
Daarnaast worden vaak medicijnen voorgeschreven als: bloeddrukverlagers, middelen om het cholesterolgehalte te normalisereen, bloedsuikersverlagers of middelen om af te vallen als dieet onvoldoende resultaat geeft.

Nederlandse onderzoekers (o.a. Romijn et.al.) hebben aangetoond dat het parasympatische (autonome) zenuwstelsel en het sympatische zenuwstelsel allebei een andere invloed hebben op de vetstofwisseling. Het sympatisch zenuwstelsel zorgt voor de aanpassing van ons lichaam aan activiteit en is in principe werkzaam op de dag, het parasympatisch zenuwstelsel doet ons lichaam aanpassen aan rust en werkt dus vooral ’s avonds en ‘s nachts.
Sympatische activiteit zorgt vooral voor vetafbraak, parasympatische activiteit vooral voor vetopbouw. Het vetweefsel blijkt insulineresistent te worden door uitschakeling van de parasympaticus.
Bij patiënten met een Metabool Syndroom treden verstoringen op in de activiteit van de twee zenuwstelsels met verstoringen van het dag-nachtritme. Dit kan tot gevolg hebben dat de glucose in het lichaam niet meer wordt verbrand (omgezet in energie) maar wordt omgezet in vet.
Toch zijn er nog veel onduidelijkheden rond het Metabool Syndroom: zo vraagt men zich af of men diabetes in de definitie ervan moet opnemen, weet men nog niet zeker of insulineresistentie de voornaamste oorzakelijke factor is, blijkt het cardiovasculair risico variabel en samenhangend met elk van de andere aanwezige risicofactoren, het cardiovasculair risico blijkt ook niet groter dan dat van de andere risicofactoren, de behandeling van het syndroom verschilt niet van die van elk van de risicofactoren afzonderlijk.
Als vuistregel kun je wel aannemen dat wanneer factoren van het Metabool Syndroom bestaan, het verstandig is maatregelen te nemen om de risicofactoren te verlagen.

Gerelateerde filmpjes:

1. Metabolic Syndrome
2. Insulineresistentie

Zie de video over deze aandoening op ziektenet.nl
Share

Gerelateerde berichten:

  1. Metabool Syndroom al voorspelbaar bij kinderen
  2. Hoe meer buikvet, hoe vaker depressief
  3. Syndroom van Gilles de la Tourette
  4. Rusteloze benen syndroom
  5. Diabetes testen op Milan Festival

Plaats een reactie

Vertel ons wat je denkt...
Hoe u reageert, is aan u, maar er zijn wel spelregels.
Ziektebeeld ziet toe op de naleving van die regels, voordat de reacties worden geplaatst.

*