Mononucleosis Infectiosa
29 juni, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden

Mononucleosis Infectiosa
Ziekte van Pfeiffer, ofwel ‘Kissing Disease’, of klierkoorts.
Kan op alle leeftijden voorkomen, maar bij voorkeur bij jong-volwassenen. Bij hen treden de meest typerende verschijnselen van Pfeiffer op.
Heb je eenmaal Pfeiffer doorgemaakt dan kun je het niet nogmaals krijgen – hoewel daar wel eens een enkele uitzondering op is, m.n. als er sprake is van een ernstige afname in weerstand (bij ernstige andere ziekten bv.).
Oorzaak:
Een virus met de naam Epstein-Barr (EBV) wat in de mond en keel voorkomt. Verspreiding van het virus gebeurt via het speeksel, meestal via zoenen of gezamenlijk gebruik van bestek, serviesgoed, of tandenborstels. Hoesten en niezen vormt maar een heel kleine infectiebron omdat het virus in de lucht maar een korte overlevingstijd heeft.
15-20% van de bevolking is dragen van het EBV.
Relatief is de ziekte niet heel besmettelijk voor huisgenoten.
Na besmetting treden na 4 tot 60 dagen de eerste ziekteverschijnselen in.
De mens is goed in staat antistoffen tegen de ziekte op te bouwen. Bij 5-jarige kinderen is de helft resistent tegen het virus, volwassenen hebben in 90% antistoffen tegen Pfeiffer.
Verschijnselen:
Begin vaak met keelpijn, opgezette halsklieren en koorts. De keelpijn duurt vaak wat langer dan bij een ‘gewone’ keelontsteking.
Vermoeidheid is het meest opvallend aan Pfeiffer, van lichte vermoeidheid tot extreme vermoeidheid al na geringe inspanning.
Voorts hoofdpijn, misselijkheid en malaise (niet-welbevinden), transpireren en hoest kan optreden. Vaak leverfunctiestoornissen die soms ontaarden in leverontsteking (hepatitis) met geelzucht.
Diagnose:
Op de klachten en de duur ervan. Vaststellen van de aandoening dmv bloedonderzoek, de zgn. Paul-Bunnell reachtie, een vlotte sneltest, maar niet volledig specifiek voor EBV (kan ook door andere virussen veroorzaakt worden). Deze test is daarom geen maat voor de ernst en de duur van de aandoening. Aantonen van specifieke antistoffen tegen EBV.
Tijdens de ziekte regelmatige bloedcontroles doen heeft geen zin: soms zijn er nog bloedafwijkingen en zijn de klachten van de ziekte al lang over, of omgekeerd – dat is dus niet maatgevend.
Een vaccin bestaat niet. Gezien de relatief lage besmettelijkheid zijn geen beschermingsmaatregelen nodig, ook niet voor zwangeren.
Behandeling:
Geen specifieke medicatie. Symptoombestrijding en (tijdelijk) leven naar de klachten. Of rust nodig is merk je snel genoeg als iets teveel of te zwaar is. Je merkt vanzelf wanneer de ziekte overgaat omdat je uithoudingsvermogen (geleidelijk) toeneemt en de klachten overgaan.
In geval van complicaties is behandeling door een arts noodzakelijk.
De duur van de ziekte is onvoorspelbaar: van 2 weken tot maanden.
Gerelateerde berichten: