6 February, 2012

MRSA

14 juli, 2009 door Mathilde  
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden

Dit is een bacterie die behoort tot de Stafylokokkengroep en die ongevoelig (resistent) is voor de meeste en meest gebruikte antibiotica. MRSA staat voor Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus. Qua gedrag en verspreiding lijkt deze stafylokok op de ‘gewone’ stafylokok die bij de meeste mensen op de huid en/of slijmvliezen voor komt.

Besmetting is vooral gevaarlijk bij mensen die een lage weerstand hebben, zoals in ziekenhuizen of zorginstellingen en verpleegtehuizen.

MRSA komt wereldwijd voor, maar veel meer in omgevingen waar veel antibiotica worden gebruikt. In Nederland treedt slechts in 0.5 -1% van de ziekenhuispatiënten besmetting op (dankzij streng antibioticabeleid) – in het buitenland waar kwistiger met antibiotica wordt omgesprongen is het voorkomen 20-50%.

 

Bacterie:

In de loop der jaren is deze stafylokok resistent geworden voor antibiotica wat bestrijding van de bacterie moeizaam maakt.

Eigenlijk is hij alleen nog gevoelig voor het antibioticum Vancomycine – een antibioticum met veel bijwerkingen. En zelfs tegen dit antibioticum kan de stafylokok ongevoelig worden.

In Nederland gebruiken we daarom zo min mogelijk Vancomycine. Maar in het buitenland, m.n. in de Zuid-Europese landen wordt Vancomycine nog vaak ingezet. Daarmee wordt de kans op resistentie tegen dit antibioticum groter – ook in Nederland – omdat patiënten uit Zuid-Europa de bacterie mee kunnen nemen naar ons land.

 

Besmetting:

Waar een besmetting ontstaat is meestal slecht te achterhalen. Overdracht vindt plaats door besmette patiënten en/of instellingsmedewerkers. Het is een echte doorzetter met een grote hang naar overleving – hij nestelt zich niet alleen in vezels van stoffen, beddengoed, kleding en schoenen, maar ook in stof, op muren, vloeren en plafonds en op beddenframes, wastafelkranen, deurknoppen en lichtschakelaars, belknopjes en TV-afstandsbedieningen.

Verspreiding gaat via luchtkanalen en airco-installaties van gebouwen, via stof, via huidschilfers of contact met besmette personen en contact met besmette voorwerpen.  Om besmetting na te gaan moeten monsters genomen worden van slijmvliezen (keel, neus, bilnaad) en/of uit eventuele wonden. Bij kweek kan de MRSA-bacterie worden geïsoleerd.

Patiënten die voldoen aan bepaalde risicocriteria worden standaard getest op de aanwezigheid van MRSA. Medewerkers worden getest indien ze met een besmette patiënt in contact zijn geweest. Ziekenhuis- en instellingsruimten moeten dagelijks goed gereinigd worden.

 

Klachten:

Vooral optredend bij mensen die een verminderde weerstand hebben of net geopereerd zijn. Besmetting geeft allerlei ontstekingen en wanneer de bacterie zich door het bloed verspreid schade aan allerlei organen, in het ergste geval met shock en overlijden tot gevolg. Besmetting is niet altijd meteen duidelijk. En kan bij verschillende patiënten ook verschillende verschijnselen geven, wat herkenning moeizaam kan maken.

Verdenking op of besmetting met MRSA betekent een onmiddellijke isolatie van de patiënt van zijn omgeving. En schoonmaak en desinfectie van mogelijk besmette ruimten en voorwerpen.

Je mag een MRSA-patiënt bezoeken, maar met isoleerkleding (muts, jasje, handschoenen, neus- en mondmasker) en ná het bezoek handen reinigen en desinfecteren. Ben je gezond dan loop je eigenlijk geen gevaar, maar je kunt de bacterie wel meenemen, waardoor anderen met een verlaagde weerstand geïnfecteerd kunnen raken.

 

Maatregelen:

Nederland kent een landelijk beleid, het zgn. Search and Destroy-beleid: gericht op voorzorgsmaatregelen om MRSA-besmetting te voorkómen.

Zie hiervoor: www.rivm.nl, waar ook Informatie Standaarden Infectieziekten (ISI) te vinden zijn (protocollen). De Werkgroep Infectie Preventie (WIP) heeft richtlijnen opgesteld ter voorkóming van MRSA-besmetting. Ziekenhuizen en zorginstellingen zijn niet verplicht deze richtlijnen te volgen, maar moeten wel verantwoording afleggen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) als ze van de richtlijnen afwijken. Bij het voorkómen en bestrijden van een MRSA-besmetting is samenwerking vereist tussen medisch specialisten, verplegend personeel, ziekenhuishygiënist, (arts-) microbioloog en management van de instelling. En er dient een gespecialiseerd schoonmaakbedrijf te worden ingeschakeld voor zorgvuldige reiniging en desinfectie van mogelijk aangetaste ruimten en voorwerpen – tegenwoordig gebeurt dit via verneveling zodat een ruimte binnen een paar uur weer beschikbaar is voor gebruik en de inhoud van de ruimte gewoon kan blijven staan.

Share

Gerelateerde berichten:

  1. MRSA in Havenziekenhuis
  2. Steeds vaker MRSA via huisdieren
  3. Q-koorts bacterie makkelijker op te sporen
  4. Q-koorts

Plaats een reactie

Vertel ons wat je denkt...
Hoe u reageert, is aan u, maar er zijn wel spelregels.
Ziektebeeld ziet toe op de naleving van die regels, voordat de reacties worden geplaatst.

*