Niet meer van het kastje naar de muur
24 juni, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Nieuwsberichten
De Gezondheidsraad heeft een advies gepubliceerd wat concludeert dat de begeleiding van kinderen met autisme en hun ouders een stuk beter kan.
Omdat allerlei disciplines zich ermee bemoeien – zoals artsen, onderwijzers als ook ambtenaren – duurt het vaak lang eer duidelijk is welke vorm van autisme iemand heeft en wat er aan te doen is.
De kennis over autisme moet ook toenemen: nu weten artsen in bedrijven, op consultatiebureaus, maar ook huisartsen er vaak onvoldoende van, wat ook een delay geeft in het stellen van de juiste diagnose.
Gepleit wordt daarom voor de ontwikkeling van een eensluidende werkwijze om autisme op te sporen, zowel bij schoolgaande kinderen als bij baby’s en peuters.
Ook moeten er diagnostische methoden komen om autisme bij volwassenen op te sporen, die zijn er tot nu toe nauwelijks.
Het aantal kinderen met autisme lijkt de laatste jaren toe te nemen. Omdat er geleidelijk wel meer over bekend wordt lijkt het erop dat de diagnose ook eerder wordt gesteld. Dat heeft ook te maken met een tegenwoordig ruimere omschrijving van het begrip autisme.
Naast klassiek autisme kennen we nu inmiddels ook het Syndroom van Asperger en de stoornis PDD-NOS.
De samenleving stelt steeds hogere eisen aan mensen: men moet zich steeds meer zelf zien te redden en moet ook steeds beter met andere mensen om kunnen gaan, beter communiceren. Dat zijn allemaal zaken waar een autist nu juist moeite mee heeft.
Voor Nederland geldt dan ook nog dat wil je in aanmerking komen voor speciaal onderwijs of speciale zorg eerst de diagnose gesteld moet zijn.
De Gezondheidsraad stelt voor dat autisten een persoonlijke levensloopbegeleider gaan krijgen. Iemand die praktische hulp kan verlenen en kan steunen, helpen en adviseren over de soort en mate van zorg, onderwijs, gemeentelijke voorzieningen waarvoor men in aanmerking kan komen, maar ook bv bij het zoeken naar werk.
Bron: ANP/Medisch Contact juni 2009
Gerelateerde berichten: