11 February, 2012

Nieuwe richtlijn voor onbegrepen klachten

13 juni, 2009 door Mathilde  
Opgeslagen onder Artikelen

Een multidisciplinaire commissie van psychiaters, huisartsen, psychologen, neurologen, een internist, een gynaecoloog, een bedrijfsarts, een revalidatiearts, een verpleegkundige en een fysiotherapeut heeft de richtlijn opgesteld. Officieel is de naam: Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK).

Het gaat hier om klachten waarvan het mechanisme erachter nog niet goed begrepen wordt. De klachten duren langer dan een paar weken, maar ondanks onderzoek kan geen aandoening worden benoemd die de klacht voldoende verklaart.

 

Patiënten met lichamelijke klachten die medisch niet verklaarbaar zijn vormen geen uitzondering. Bij de huisarts blijft 30-50% van de klachten onverklaard en bij de specialist kan dat percentage uiteenlopen van 40-60%.

Om wat meer te weten te komen over het verloop van dergelijke klachten is een aantal patiënten gevolgd gedurende een periode van 6-15 maanden. Gelukkig blijkt hieruit dat de meeste van deze onverklaarde klachten ‘gewoon’ na enkele weken weer over gaan. Maar bij 10-30% van de patiënten verslechteren de klachten.

Deze mensen voelen zich ongezond, maken zich zorgen, de kwaliteit van leven neemt af, er worden belemmeringen in het dagelijks functioneren ervaren en vaak verzuimen mensen van hun werk. Het gaat ook meestal niet om één klacht, maar om meerdere symptomen/klachten bij elkaar. Medici vatten die klachten vaak samen in een zgn. syndroom, bv. Prikkelbare Darm Syndroom (PDS of IBS), whiplash, Chronisch Vermoeidheids Syndroom (CVS)

 

De richtlijn heeft een basisfilosofie en die is van wezenlijk belang: er wordt op een hippocratische manier naar de patiënt gekeken, dwz naar lichamelijke èn geestelijke gezondheid van een persoon.

Verder is de richtlijn bedoeld als een soort handleiding hoe met onverklaarde klachten om te gaan.

De samenstellers zien de richtlijn als een visie waaruit behandelaars iets kunnen halen, waaraan ze zich als het ware kunnen optrekken. Want het is behoorlijk frustrerend voor zowel patiënt als behandelaar om geen sluitende verklaring voor ervaren klachten te kunnen vinden.

Wat je bijvoorbeeld uit de richtlijn begrijpt is dat het verstandig is om alle tijd te nemen bij een eerste consult: goede communicatie tussen dokter en patiënt is cruciaal. Dat betekent een zorgvuldig uitvragen van ziektegeschiedenis en ervaren klachten (anamnese) inclusief een lichamelijk onderzoek, alsmede het uitvragen van psychosociale factoren (wat voor mens ben je en hoe is je leefomgeving).

In de richtlijn worden 5 dimensies benoemd waarop een behandelaar informatie kan vragen bij de patiënt: de somatische dimensie (lichamelijk), de cognitieve dimensie (hoe ervaart men de buitenwereld en hoe gaat men ermee om), de emotionele dimensie, de gedragsdimensie en de sociale dimensie.

Het is belangrijk dat zo ‘breed’ naar patiënten gekeken wordt, want inmiddels is uit onderzoek wel bekend dat medisch onverklaarde klachten eigenlijk nooit één oorzaak hebben. Er is bv becijferd dat 15% van alle verzuimende werknemers zware somatisatieklachten hebben, wat inhoudt dat ze minstens 6 niet (met een diagnose) verklaarde klachten hebben in de laatste 2 weken. De lichtere vorm van somatisatie, dat is minstens 3 niet (met diagnose) verklaarde klachten vormt zelfs 40% van het verzuimtotaal.

De richtlijn adviseert nadrukkelijk een 2-sporenbeleid: enerzijds psychische en sociale diagnostiek en behandeling, maar zeker ook somatische diagnostiek en behandeling. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat je als behandelaar een (meespelende) somatische aandoening of behandeleffect mist.

Ook omschrijft de richtlijn dat goede interventies bestaan uit geruststellen en adequate voorlichting. Soms gaat de ongerustheid hiermee niet weg, dan lijkt een specialistisch consult aangewezen, ter uitsluiting van een somatische aandoening maar ook wederom voor gerichte uitleg.

Geadviseerd wordt om in de begeleiding van patiënten met onbegrepen klachten zgn. ‘stepped care’ toe te passen: kiezen voor de lichtst mogelijke effectieve behandeling (voor zover mogelijk), meestal betekent dat beginnen bij de focale (plaatselijke) klachten en daarna evt. de aanpak uitbreiden tot het bredere functioneren van de patiënt (bv dmv fysiotherapie, psychologische zorg etc.)

Voor deze vorm van zorg is niet echt een handleiding te geven, maar het verdient aanbeveling voor elke patiënt een soort risicoprofiel te maken tbv te nemen stappen in de behandeling.

Het is vooral belangrijk om patiënten met een hoog risico op een ongunstig beloop in hun klachten (toename van de klachten en het niet vinden van een medische oorzaak) tijdig te herkennen en een adequaat behandel- en begeleidingsplan af te spreken.

basisgegeven in de richtlijn is dat de huisarts de regie houdt (1e lijn), er wordt alleen naar (een) specialist (-en) doorverwezen als de indruk bestaat dat op het terrein van dat specialisme iets aan de hand is.

Share

Gerelateerde berichten:

  1. Nieuwe ingang voor behandeling Alzheimer
  2. Boezemfibrilleren, vaak kleine klachten maar een groot risico
  3. Noem het whiplash en de kans op chronische klachten neemt toe
  4. Test op Nieuwe Influenza A
  5. Cannabis kan psychotische klachten geven

Plaats een reactie

Vertel ons wat je denkt...
Hoe u reageert, is aan u, maar er zijn wel spelregels.
Ziektebeeld ziet toe op de naleving van die regels, voordat de reacties worden geplaatst.

*