Q-koorts
29 juni, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden

Q-koorts wordt overgebracht door geiten
Dit is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie. Het is een zoönose. Dat betekent dat mensen besmet kunnen worden door dieren die de bacterie bij zich hebben. Het komt vooral in het zuiden van Nederland regelmatig voor. Het is een ziekte die soms ernstige gevolgen kan hebben, vooral als het hart is aangetast.
Verschijnselen:
De meeste besmettingen verlopen zonder klachten of als een milde griepachtige ziekte. De bacterie verspreidt zich via het bloed door het lichaam en kan in alle orgaansystemen terechtkomen.
Bij een ernstiger beloop begint de ziekte meestal acuut met heftige hoofdpijn en hoge koorts. Andere klachten kunnen zijn: koude rillingen, spierpijn, misselijkheid en braken, een longontsteking met een droge hoest en pijn op de borst, of een ontsteking van de lever. De leverontsteking verloopt vaak ongemerkt of gaat gepaard met buikpijn, misselijkheid, braken en diarree.
Wanneer er ziekteverschijnselen optreden gebeurt dat gemiddeld 2 ½ tot 6 weken na de besmetting.
Soms kan Q-koorts tot een chronische infectie leiden. Dan is er vaak een ontsteking aan het hart. Bij de chronische vorm kunnen de bovengenoemde klachten tot 10 jaar na de eerste besmetting optreden. Dit komt meestal voor bij patiënten met een verminderde weerstand of met langer bestaande hartklepafwijkingen. Zonder behandeling kan Q-koorts in zeldzame gevallen dodelijk zijn.
Hoe kom je eraan en hoe besmettelijk is het?
Melkgeiten, schapen en koeien zijn de belangrijkste bron van de ziekte voor de mens in Nederland. Maar ook andere dieren zoals honden, katten, konijnen, duiven en andere vogels kunnen besmet zijn. De ziekte wordt soms door teken van dier op dier overgedragen. Geïnfecteerde dieren zijn meestal niet ziek. Zij scheiden de bacterie uit in de urine, ontlasting, melk, moederkoek, vruchtvliezen en het vruchtwater. Vooral tijdens een abortus of geboorte uit een geïnfecteerd dier vindt een hoge uitscheiding van de bacterie plaats.
De ziekte wordt overgedragen op de mens doordat in de lucht aanwezig fijnstof met de bacterie besmet raakt en door de mens wordt ingeademd. Het drinken van rauwe melk kan ook een bron van besmetting zijn.
Dieren zijn besmettelijk zolang zij de bacterie bij zich dragen. Dierproducten kunnen langdurig besmettelijk zijn. De ziekte wordt niet van mens op mens overgedragen.
Extra risico:
In principe kan iedereen ziek worden.
- Mensen die beroepsmatig met vee in aanraking komen, zoals veehouders, dierenartsen, abattoirpersoneel en laboratoriummedewerkers, lopen meer risico op besmetting.
- Patiënten met een verminderde weerstand, als gevolg van transplantatie, kanker, chronische nierziekte of zwangerschap, lopen meer risico om na besmetting ziek te worden.
Besmetting van moeder op kind gedurende de zwangerschap is zeer uitzonderlijk.
Hoe te voorkomen:
Vermijd consumptie van rauwe melk of rauwe melkproducten. De bacterie wordt inactief door pasteurisatie of koken. Aan zwangere vrouwen wordt geadviseerd om contact met schapen en geiten in de lammerperiode te vermijden. Bedrijven met abortusproblemen onder de veestapel dienen dit te melden bij het ministerie van Landbouw en moeten goede hygiëne- en beschermingsmaatregelen nemen.
Behandeling:
Er is in Nederland alleen een vaccin voor dieren beschikbaar.
Meestal geneest Q-koorts spontaan na 1 à 2 weken. Soms is het nodig om na het vaststellen van de ziekte (door middel van bloedonderzoek) te starten met behandeling met een gericht antibioticum. Deze behandeling moet 3 weken worden voortgezet als er sprake is van acute Q-koorts en meerdere jaren indien sprake is van de chronische vorm.
Na een besmetting ontstaat een langdurige bescherming tegen de ziekte.
Mensen met Q-koorts mogen gewoon naar werk, creche of school. Q-koorts is immers niet van mens op mens overdraagbaar.
In geval van vastgestelde Q-koorts neemt een medewerker van de GGD contact op met de patiënt. Dit om te onderzoeken op welke wijze en waar de besmetting heeft plaatsgevonden, en om voorlichting te geven.
Bron: RIVM
Gerelateerde berichten: