Risico op Q-koorts
Laatste meting van het aantal Q-koortspatiënten in Nederland is 1429. Tot nu toe met zieken in Brabant, Limburg, Midden-Nederland en Utrecht.
De bacterie die Q-koorts veroorzaakt – Coxiella bunetii – komt vooral voor bij huisdieren als rund, schaap en geit, maar ook bij wilde knaagdieren.
De ziekte wordt overgebracht door de inademing van stofdeeltjes met bacteriën of door het drinken van besmette rauwe melk.
Dieren die met Q-koorts geïnfecteerd zijn scheiden bacteriën uit via hun lichaamsvochten: traanvocht, urine, slijm, speelse, melk of vruchtwater. Vooral tijdens het kalveren of lammeren.
Verloop bij de mens: Direct na de infectie zijn er meestal geen symptomen (60%) of een griepachtig beeld (20%). De incubatietijd is 3-6 weken, dan krijgt men koorts gevolgd door spierpijn, zweten, vermindering van de eetlust, misselijkheid, braken, diarree en een verlaging van de hartslag. In 20% van de gevallen wordt men ernstig ziek, meestal met een longontsteking of een leverontsteking.
Zelden ontstaat een chronische infectie met aantasting van de hartkleppen – dit gebeurt vooral bij mensen die al hart- en vaatlijden hebben of mensen die een lage weerstand hebben (bv. door een andere onderliggende ziekte).
Zwangeren hebben na besmetting een verhoogd risico op zwangerschapscomplicaties als vroegtijdige abortus en bij zwangeren bestaat meer kans op een chronisch beloop van de ziekte.
Over het algemeen genezen de meeste patiënten spontaan met een week of twee, met enige regelmaat blijft nog langere tijd (extreme) moeheid bestaan.
Een ernstige longontsteking of leverontsteking of hartlijden kan tot levensbedreigende situaties leiden, dit is tot nu toe nog slechts enkele keren gemeld.
Wanneer moet je aan Q-koorts denken?
M.n. bij ‘griep’, bij mensen die contact hebben gehad met dieren of in de natuur dicht in de buurt van dieren zijn geweest. Ook bij ernstige longontsteking of leverontsteking (hepatitis).
Q-koorts is een aangifteplichtige ziekte (type C).
Preventie is moeilijk, daar de bacterie lange tijd in stofdeeltjes kan overleven.
Vooral in risicogroepen (veehouderijen, kinderboerderijen, dierenartsen etc.) zijn (algemene) hygiënische maatregelen van groot belang.
Dieren kunnen worden gevaccineerd – dit is vooral aangewezen bij kinderboerderijen, daar hebben dieren veel contact met mensen.
Bron: RIVM
Zie ook bij ziektebeeld Q-koorts op www.ziektebeeld.com
Gerelateerde berichten: