Schizofrenie
5 juli, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden
De term is afkomstig uit het Grieks (schizo phrenos) en betekent letterlijk ‘gespleten geest’.
Dit is een verwarrende term daar geest of hersenen bij deze mensen niet letterlijk ‘gespleten’ zijn of gespleten functioneren. Ook is geen sprake van een gespleten (of meervoudige) persoonlijkheid. Er is sprake van een gespletenheid (dissociatie) waarbij de samenhang tussen enerzijds het denken (waarneming en gedachten) en anderzijds emoties en gedachten is afgenomen. Het contact met de realiteit is ernstig verstoord en voor de omgeving niet (meer) herkenbaar.
Schizofrenie is een ernstig psychiatrisch ziektebeeld. Het komt bij alle bevolkingsgroepen voor en gemiddeld worden iets meer mannen getroffen dan vrouwen.
Voorkomen en verschijnselen:
De aandoening openbaart zich meestal tussen het 15e en 35e levensjaar, dus op relatief jonge leeftijd. Kenmerkend is dat tijdens het beloop van de ziekte minstens vrijwel altijd één of meerdere psychose(n) optreden.
Bij een psychose is er een ernstige verstoring in de verwerking van informatie.
Om de diagnose schizofrenie te stellen houden behandelaars wereldwijd zich aan bepaalde criteria die zijn verwoord in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV). Hierbij moet schizofrenie aan de volgende criteria voldoen:
1. Er moeten 2 of meer kenmerkende symptomen (in belangrijke mate) aanwezig zijn gedurende minimaal één maand:
- Wanen
- Hallucinaties
- Spraakuitingen zijn onsamenhangend (vaak de draad kwijt, verward)
- Chaotisch of katatoon gedrag (het willekeurig aannemen van bizarre en inadequate houdingen)
- Negatieve symptomen als gevoelsvervlakking, gedachten- of spraakarmoede, apathie
2. Er is sprake van sociaal en/of beroepsmatig disfunctioneren
3. Symptomen zijn gedurende 6 maanden of langer aanwezig, vaak in lichte mate.
Schizo-affectieve stoornissen of stemmingsstoornissen moeten worden uitgesloten, en ook moeten andere somatische aandoeningen worden uitgesloten of de effecten van bepaalde (genees-) middelen (denk ook aan drugs)
De aandoening is chronisch en kan onbehandeld veel schade aanrichten, een hoge lijdensdruk geven (bij zowel patiënt als diens omgeving) en tot invaliditeit leiden.
Oorzaken:
Een precieze oorzaak is niet bekend, maar wel zijn er beïnvloedende factoren.
Zo kunnen er letterlijke lichamelijke afwijkingen in de hersenen een rol spelen.
Ook is inmiddels helder dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt. In de afgelopen jaren zijn al minstens 5 genen ontdekt die verband houden met het ontstaan van schizofrenie. En heel recent zijn weer 3 genen ontdekt. Het onderzoek spitst zich vooral toe op de samenstelling van de betreffende genen, eventuele variaties daarin en de mogelijke rol die (onderdelen van) het gen kan spelen bij lichaamsprocessen.
Uit tweelingonderzoek bij eeneiige tweelingen (zelfde genetische materiaal) blijkt overigens dat als de ene helft van de tweeling schizofrenie heeft dat 30% van de andere helft het niet heeft – daaruit blijkt dat ook omgevingsfactoren een rol mee kunnen spelen.
Behandeling:
Het werkingsmechanisme van de behandeling is dat middelen zenuwreceptoren in de hersenen blokkeren waardoor neurotransmitters (= normaal in de hersenen geproduceerde stoffen) zich niet aan zenuwcellen kunnen hechten. Neurotransmitters die bij schizofrenie een rol spelen (verstoord zijn) zijn oa. dopamine, serotonine, glutamaat en acetylcholine.
De behandeling bestaat dan ook altijd uit het geven van dergelijke middelen: de antipsychotica, zij geven allemaal een dopamine-receptorblokkade.
Bekende klassieke antipsychotica zijn oa: Haldol, Cisordinol, Semap, Orap, Largactil, Trilafon ea. Tegenwoordig worden ook vaak meer ‘atypische’ antipsychotica ingezet zoals Risperdal, Zyprexa of Seroquel ea.
Toediening kan in orale vorm (kortwerkend en dus 1-2x per dag te gebruiken) of als injectievorm (depot en dus langwerkend: 2-4 weken).
Zoals bij alle geneesmiddelen is zeker bij de inzet van antipsychotica de juiste dosering van groot belang. Een voor de patiënt te hoge dosering wordt als zeer onaangenaam ervaren: de patiënt voelt zich dan helemaal opgesloten in zichzelf. En deze middelen hebben allemaal bijwerkingen. Vaak is het ‘zoeken’ naar het juiste evenwicht tussen effect en bijwerkingen.
De meest bekende bijwerkingen van antipsychotica zijn:
- Bewegingsstoornissen als abnormale bewegingen en spierschokjes, vaak bij langer gebruik ook in het gelaat, spierstijfheid, rusteloosheid
- Hormonale veranderingen, zoals verhoging van prolactinegehalte in het lichaam waardoor borstvorming (ook bij mannen) of menstruatiestoornissen
- Gewichtstoename, enerzijds door bewegingsarmoede maar zeker ook door veranderingen in de suikerstofwisseling met een groter risico op ontwikkeling van diabetes
- Andere bijwerkingen als bv veranderingen in seksualiteit als erectiestoornissen en/of libidoafname.
Naast medicatie wordt in de behandeling gericht op het ondersteunen en het leren omgaan met de aandoening. Meer bepaald het ontwikkelen van vaardigheden mbt het veranderen van gedrag en manier van denken, geheugen- en aandachtstraining en verbetering van de sociale vaardigheden.
Gerelateerde berichten: