Slaapziekte
25 december, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden
Slaapziekte of trypanosomiasis is een ziekte die wordt veroorzaakt door een parasiet (protozo), Trypanosoma brucei.
De parasiet wordt overgebracht door de tsetsevlieg. Vanwege deze overdracht van parasiet, waarbij dus een soort ‘tussenpersoon’ – in dit geval een vlieg – nodig is, noemen we ook wel een vectorziekte.
De ziekte komt alleen in Afrika voor, in landen ten zuiden van de Sahara.
We onderscheiden 2 soorten trypanosoma brucei: de gambiense, die de Westafrikaanse slaapziekte veroorzaakt en de rhodesiense, die de Oostafrikaanse slaapziekte veroorzaakt.
De verschijnselen lijken op malaria en dat maakt de ziekte niet altijd makkelijk te diagnostiseren.
Lang niet alle tsetsevliegen zijn besmet en de parasiet wordt door de vlieg niet aan zijn jongen doorgegeven. De ziekte blijft dus bestaan ten gevolge van het feit dat er besmette mensen en besmet vee rondlopen waar de vlieg de parasiet van opdoet, om deze dan weer aan andere mensen en ander vee door te geven.
Symptomen
Tsetsevliegen zijn zeker twee keer zo groot als gewone vliegen.
Gebleken is dat ze vooral voorkomen in gebieden waar zich ook vee ophoudt. Met name blijkt de slaapziekte vaker voor te komen in gebieden waar het vee het land door trekt. De tsetsevlieg voedt zich namelijk vooral met bloed van het vee, om daarna de mens te steken.
Wordt je gestoken door een vlieg, wat een pijnlijke steek is, en wordt je daarbij besmet met de trypanosoma brucei dan ontstaat na enkele dagen tot 1 maand op de steekplaats een zweer.
Daarna wordt je ziek en kunnen de volgende verschijnselen optreden:
- Koorts
- Zware hoofdpijn
- Prikkelbaarheid
- Moeheid en extreme slaperigheid
- Spier- en gewrichtspijnen
- Soms uitbreiding van huiduitslag
- Zwelling van de lymfeklieren in het afvoergebied van de zweer en later meer algemeen
Bij de Westafrikaanse slaapziekte kan de parasiet zich in het lichaam schuilhouden, dit kan jaren duren en kan ook jaren nauwelijks tot verschijnselen leiden.
De Oostafrikaanse slaapziekte verloopt agressiever, geeft meestal al snel na de steek van de vlieg klachten en kan onbehandeld binnen enkele maanden dodelijk verlopen.
Onbehandeld verloopt de ziekte altijd dodelijk. Dat komt omdat de parasiet uiteindelijk ruggenmerg en hersenweefsel aantast, waardoor de functies gaan uitvallen.
Meestal ontstaan dan klachten van:
- Verwardheid
- Slaapstoornissen
- Epileptische aanvallen
- Functieuitval van de ledematen waardoor problemen met lopen
- Uitval van sensibiliteit van armen en/of benen waardoor gevoelloosheid
- Coördinatiestoornissen
- Uiteindelijk coma waaraan de patiënt overlijdt.
Behandeling
Vroeger werd behandeld met Melarsoprol, een middel met veel bijwerkingen omdat het arsenicum bevat. Hierdoor is bij veel mensen na behandeling blindheid ontstaan en zijn mensen overleden, niet door de slaapziekte, maar wel door het medicijn….
Tegenwoordig wordt behandeld met eflornithine, een middel met veel minder bijwerkingen wat zelfs vergevorderde gevallen van slaapziekte kan genezen.
Preventie
Aanvankelijk is vooral in de jaren 60 van de vorige eeuw getracht om de tsetsevlieg uit te roeien door preventieprogramma’s met het bespuiten van het land met DDT en andere insecticiden. Dit werkte aardig, maar heeft nog al wat gevolgen gehad voor de vegetatie en het milieu, en zodra niet meer regelmatig gespoten wordt komt de tsetsevlieg gewoon weer terug.
Ook is getracht de vlieg te bestrijden door de vliegenmannetjes te steriliseren, maar een dergelijk programma is in Afrika nooit tot het einde toe doorgevoerd kunnen worden.
Behandeling nu bestaat uit zo goed mogelijk opsporen van besmette mensen en dieren, die nog geen symptomen hebben, en deze te behandelen. Daarnaast wordt het vee ook met medicatie behandeld zodat – indien geïnfecteerd – de ziekte niet doorgegeven wordt.
Ook wordt op veel plaatsen in Afrika het vee aan buik en poten bespoten met chemicaliën om de vliegen te doden, dan wel te verdrijven, zodat de vliegen uit de buurt van de mens en de stedelijke gebieden verdwijnen.
Ga je op reis in een Afrikaans land weet dan dat de vliegen zelden voor komen in open gebieden met weinig water en veel wind. De vliegen houden zich meestal op in begroeide gebieden, vlak bij het water. Ze zitten meestal dicht aan de grond en bewegen langzaam, hoewel ze kortdurend snel kunnen vliegen in geval er een ‘prooi’ aan komt.
Reis je door begroeide gebieden zorg dan dat je gesloten kleding draagt en een klamboe bij je hebt.
Gerelateerde berichten: