Vernauwing van de halsslagader
12 september, 2009 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden, Top 10
Dit wordt in vaktermen carotisstenose genoemd. Zoals ook op andere plaatsen in het lichaam ontstaan vaatvernauwingen meestal op basis van (slag-) aderverkalking = atherosclerose. Aderverkalking ontstaat doordat op bepaalde plaatsen in de bloedvatwand bloedplaatjes, cholesterol en spiercellen zich ophopen en zgn. ‘plaques’ vormen. Normaliter probeert het lichaam dit zelf te herstellen, maar daardoor hopen zich juist bloedcellen rond de plaque op. Doordat er ook bloedplaatjes ophopen stolt de plaque gedeeltelijk. Uiteindelijk vindt in de plaque ook kalkafzetting plaats waardoor de plaque niet meer van zijn plaats komt en het vat vernauwd raakt.
Risicofactoren
Waarom een plaque ontstaat is nog niet geheel duidelijk. Wel zijn een aantal risicofactoren aanwijsbaar die plaquevorming in de hand kunnen werken.
- Leeftijd: hoe hoger hoe groter risico op vaatverkalking
- Geslacht: atherosclerose komt vaker bij mannen voor. Het aantal vrouwen neemt wel toe omdat in de loop der jaren meer vrouwen zijn gaan roken.
- Roken: dit verhoogt niet alleen het risico op vaatvernauwingen, maar ook op long-, blaas-, keel-, en mondkanker.
- Hoge bloeddruk (hypertensie)
- Te hoog cholesterol (hypercholesterolemie)
Klachten
Door de vernauwing (-en) in de halsslagader kan er tijdelijk minder bloed naar de hersenen stromen. Of het vat kan zelfs volledig verstopt raken. Gevolg van verstoringen in de bloedvoorziening van de hersenen kan neurologische uitvalsklachten geven. Zijn deze tijdelijk van aard dan noemen we dat een TIA, treedt blijvende schade op dan wordt gesproken van een ‘hersenbloeding’, een CVA (Cerebro Vasculair Accident).
Uit onderzoek blijkt dat mensen die een CVA krijgen vaak vooraf al waarschuwingen hebben gehad in de vorm van TIA’s. Tijdelijk verlies van spraakvermogen, geheugenstoornissen, moeilijk bewegen van arm en/of been, vreemde sensaties in één arm of been, afhangende mond etc. Meest bekend is het plotse wegvallen van het gezichtsvermogen van één oog (amaurosis fugax) – waarbij het net lijkt of een gordijn voor het oog wordt neergelaten.
Onderzoek
Meestal volgt een CT-scan van de hersenen om na te gaan of de hersenen beschadigd zijn.
Onderzoek naar de bloeddruk, het cholesterolgehalte en gewichtsmeting vindt plaats.
Ook wordt vaak een zgn. Duplexonderzoek gedaan: met een combinatie van geluidsgolven (Doppler) en echo wordt een opname van de getroffen halsslagader gemaakt. Zo kunnen vernauwingen worden opgespoord. Ook kan door meting van de stroomsnelheid van het bloed worden nagegaan hoe ernstig de vernauwing is.
Bestaat verdenking op een (ernstige) vernauwing dan wordt ook vrijwel altijd een contrastonderzoek van de halsslagaders gedaan (angiografie). Dit gebeurt via een katheter in de lies, die tot vlak bij de oorsprong van de halsslagader wordt opgeschoven. Vervolgens wordt via de katheter contrastvloeistof toegediend en worden de halsvaten en de grote hersenvaten zichtbaar gemaakt.
Behandeling
Operatie of plaatsing van een zgn. ‘stent’.
In elk geval wanneer een vernauwing van 70% of meer van het vat bestaat en er zijn TIA’s opgetreden. Heb je geen klachten maar blijkt uit onderzoek dat aan één kant de slagader geheel dicht zit en aan de andere kant een vernauwing van 70% of meer bestaat dan moet ook ingegrepen worden. Zit het vat geheel dicht dan is operatie niet zinvol: het gebied achter de vernauwing zal óók al dicht zitten, waardoor de doorstroming niet op gang komt als de lokale vernauwing zou worden weggehaald.
Een nieuwe methode van behandeling is niet-operatief: via een katheter opgeschoven vanuit de lies wordt in de halsslagader de vernauwing (zoveel mogelijk) verwijderd en wordt een zgn. ‘stent’ (metalen buisje) ingebracht om het vat open te houden.
Behandeling helpt niet tegen reeds ontstane schade of uitval, maar kan wel een (levensbedreigende) hersenbloeding voorkómen.
Behandeling is niet helemaal zonder risico: je wilt voorkómen dat stukjes van de plaque loslaten en in de hersenen vastlopen en daar schade veroorzaken, maar door ‘rommelen’ aan de plaque bij operatie of inbrengen van de stent kan toch een stukje losschieten. De kans op een hersenbloeding als gevolg van de behandeling ligt echter tussen de 1 en 5%.
Terwijl het risico op hersenbloeding wanneer je niet ingrijpt binnen maximaal 5 jaar op 30-50% ligt.
Na behandeling wordt in het algemeen gestart met bloedverdunnende medicatie, om de bloeddoorstroming naar de hersenen te optimaliseren.
Gerelateerde berichten: