Vitiligo
1 juli, 2010 door Mathilde
Opgeslagen onder Aandoeningen - Ziektebeelden
Vitiligo is een niet besmettelijke huidaandoening waarbij de huid en het haar plaatselijk hun pigment verliezen. Hierdoor ontstaan meer of minder uitgebreide, scherp begrensde maar onregelmatig gevormde plekken op de huid waar het pigment verdwenen is. De haren die in die huidplekken groeien verliezen soms hun kleur (worden wit), maar soms ook niet. De plekken ontstaan vaak symmetrisch op de huid van romp of ledematen, maar kunnen ook in het gelaat of op de hoofdhuid voorkomen.
Langs de randen van de plekken vormen zich soms juist donkere plekken met méér pigment.
De aandoening komt zowel bij blanke als bij gekleurde mensen voor, maar valt bij donker gekleurde mensen meer op.
De ongepigmenteerde huid kan in de zon makkelijk verbranden en mensen met vitiligo moeten zich daarom niet te lang blootstellen aan zonlicht omdat de huid minder beschermd is tegen ultraviolette straling.
Het pigment in de huid is opgeslagen in en wordt geproduceerd door pigmentcellen, die in het onderste deel van de opperhuid voorkomen. Bij vitiligo is onder de microscoop te zien dat deze pigmentcellen (melanocyten) ontbreken.
Vitiligo komt bij ongeveer 1-2% van de wereldbevolking voor, ongeacht ras of geslacht.
Het is een medisch probleem, maar vooral ook een cosmetisch probleem: de aandoening wordt door de lijder vaak als zeer ontsierend beschouwd.
Oorzaak en kenmerken
Vitiligo is een verworven aandoening en wordt beschouwd als een auto-immuunziekte.
Onder invloed van T-lymfocyten (afweercellen), maar waarschijnlijk ook andere oorzaken (multifactorieel) worden melanocyten afgebroken.
Vitiligo komt meestal tot uiting tussen het 10e en 30e levensjaar: zeker 50% openbaart zich vóór het 20e jaar en 70-80% vóór het 30e jaar.
Mogelijk spelen erfelijke (genetische) factoren een rol en relatief vaak worden bij vitiligo ook andere auto-immuunaandoeningen gevonden. Zo komt de combinatie met lichen sclerosus nogal eens voor, maar soms ook komt vitiligo samen met hypothyeoridie (te lage schildklierfunctie) voor. Meestal echter staat vitiligo op zichzelf.
De diagnose wordt gesteld op grond van de uiterlijke kenmerken van de aandoening.
De huidplekken verschillen van elkaar in grootte en vorm en ze kunnen langzaam groter worden. Langs de rand van zo’n huidplek zitten vaak donkere plekken, die soms van structuur en plaats wisselen, niet stabiel blijven, maar meestal wel beperkt blijven tot een bepaald gedeelte van de huid en zich daar buiten niet uitbreiden.
De vitiligoplekken bevinden zich vaak bijvoorkeur rondom lichaamsopeningen of in de huidplooien rond de geslachtsorganen. Juist daar zitten langs de randen vaak die donkere plekken.
Vitiligo komt echter ook vaak voor op drukplaatsen, op de handen en voeten, op de rug, op plaatsen waar herhaald letsel van de huid is geweest en in het gelaat of de oksels, het kan zelfs voorkomen op slijmvliezen en bijvoorbeeld lippen.
Het huidpatroon en de lijnentekening is in de vitiligohuid niet anders dan in de normale huid.
Vitiligo over een groot deel van het lichaam komt betrekkelijk zelden voor.
Veel vitiligopatiënten hebben zeer lage concentraties foliumzuur, vitamine B12 en vitamine C in hun bloed. Hoe dat komt is nog niet bekend.
Vitamine B5, foliumzuur en vitamine B12 zijn betrokken bij de aanmaak van het huidpigment melanine.
Verloop
Het verloop is onvoorspelbaar en wat grillig. Meestal worden de huidafwijkingen geleidelijk groter, met tussenliggende perioden van verbetering. Het komt regelmatig voor dat huidplekken herstellen, met name wanneer het huidplekken op aan de zon blootgestelde gedeelten betreft, maar meestal is het herstel niet volledig. Er treedt daarbij nogal eens gedeeltelijke repigmentatie op vanuit haarzakjes. Vitiligoplekken op slijmvliezen en lippen herstellen zelden spontaan. En ook vitiligoplekken waarin witte haren groeien als uiting van de vitiligo herstellen niet spontaan.
Wanneer vitiligo op latere leeftijd ontstaat vertonen de huidplekken ook weinig neiging spontaan te verbeteren.
Behandeling
Je kunt veel baat hebben bij behandeling, echter vitiligo is (nog) niet te genezen.
Behandelingen die wel worden toegepast zijn:
- lichttherapie door middel van UV-bestraling, waarbij geprobeerd wordt repigmentatie op te wekken vanuit melanocyten in haarzakjes van de huid. Het beste effect wordt verkregen met een combinatie van UV-licht met liposomaal verpakte khelline (van khella). Khella is een oud-Egyptische medicinale plant die krampwerend werkt. Het werkt vooral goed bij vitiligoplekken op borst, rug en in het gelaat.
- huidtransplantatie, waarbij de aangetaste huiddelen worden vervangen door gezonde huid, het liefst via de zgn. blaardak-methode, waarbij een transplantaat wordt gemaakt van het dak van een kunstmatig getrokken blaar op de huid.
- camouflage. Dit kun je het beste doen als een vitiligoplek minstens 3 jaar stabiel is. De plek wordt dan getatoeëerd met permanente make-up. Dit lukt het beste in de echte witte plekken, die niet al te groot zijn.
- corticosteroïden lokaal aangebracht in combinatie met gedoseerd zonlicht of met smalspectrum UV-B fototherapie. Hierdoor wordt de afweerreactie van de huid ter plaatse onderdrukt of verminderd. Het resultaat is wisselend.
In de onderzoekssituatie blijkt bij een aantal proefpersonen de verspreiding van vitiligo gestopt te kunnen worden door gebruik van hoge doses vitamine B12 en foliumzuur gedurende minimaal 3 maanden, in combinatie met blootstelling aan zonlicht. Hiernaar wordt nog verder onderzoek gedaan.
Gerelateerde berichten: